vrijdag 27 april 2012

Lastdier of leerschool


De meeste tijdgenoten oordelen overigens niet ongunstig over de werkomstandigheden van de dienstmeisjes. Wel vinden velen dat hun rechtspositie beter geregeld dient te worden, bijvoorbeeld door een arbeidscontract. Vooral de sociaal-democra ten schilderen vaak in schrille kleuren de rechteloosheid en de wantoestanden. De strijdbare socialistische dichteres Henriëtte Roland Holst hekely in 1901, op een spreekbeurt in Den Haag, het 'afbeulen van de dienstboden'. Ze spreekt over de 'lastdieren' van de familie die bevrijd moeten worden uit het dienstmeisjesproletariaat en vindt dat er eisen moeten worden gesteld: meer vrije tijd, betere voeding en huisvesting, behoorlijke verwarming in de winter. Boodschappen doen is voor iedere dienstbode een uitje. Ze is even buiten en onder het oog van mevrouw uit, ze kan een praatje maken met collega's en winkeliers en er is altijd wel even tijd om te 'sjansen' met huisknechten, koetsiers of ander mansvolk op straat.

De verslaggever van De Telegraaf' meldt dat mevrouw Roland Holst
toegeeft dat niet alle mevrouwen over één kam geschoren kunnen worden, maar dat ze met allerlei 'gruwelbeelden en o, nog veel vreselijker, de aanwezige dienstmeisjes (allen in toilet de ville) tracht te doordringen van het wezenlijke nut van organisatie, teneinde als invloed bezittende vakvereniging een einde te maken aan de misstanden'.

Maar dat is, zeker voor een deel, socialistische propaganda -en met die 'vakvereniging' lukt het dan ook niet erg. Niet alleen de mevrouwen vinden dat nodeloos radicaal, maar ook de meisjes zelf en zeker de meesten van hun ouders. Daar komt bij dat de kerken en veel sociale filantropen van oordeel zijn dat een meisje uit de volksklasse als dienstbode heel wat kan leren. Huishoudelijk werk vormt immers een ideale voorbereiding op het huwelijk. En de sfeer in een goed gezin is te prefereren boven die op de fabriek waar de meisjes weinig méér leren dan vuile praatjes en een brutale mond. 'Fabrieksmeiden' staan op de maatschappelijke ladder dan ook heel wat lager aangeschreven dan dienstbodes.

En het klopt natuurlijk ook wel dat er voor een volkskind dat het in haar 'dienstje' niet al te slecht treft, heel wat te leren valt: omgangsvormen die ze van huis uit niet kent een beetje algemene ontwikkeling, hygiëne en de fijne kneepjes van het huishoudelijke werk.

Veel meisjes vinden het maar wat interessant de dinertafel te dekken met damast, zilveren bestek en prachtige kristallen glazen. Ze zien de schilderijen aan de muur, ze horen de gesprekken tussen mevrouw en meneer over de schouwburg-voorstelling of die tussen de opgroeiende kinderen over de nieuwste mode of het leven op school. Veel dienstbodes profiteren later van de ervaringen die ze in betrekking hebben opgedaan en kunnen daardoor hun gezin meer geven dan ze vroeger thuis hebben meegekregen.

De dienstbodes hebben het toch vaak zwaar. Ze worden dikwijls bot behandeld, veel verdienen ze niet en de omstandigheden waarin ze moeten werken hebben nogal eens te wensen over. Maar de werkelijkheid is voor de meesten van hen toch minder neerslachtig dan in sommige kringen wel eens is gesuggereerd. En een aantal zal dat later ook volmondig toegeven.

1 opmerking:

  1. je hebt er een leuk en informatief filmpje bij geplaatst.

    BeantwoordenVerwijderen